Historie Herberg “Het Roode Hert

 

De lange historie van de huidige herberg “Het Roode Hert” heeft een aantal markante en interessante feiten voorgebracht, die wij u niet willen onthouden.

Het tot nu toe oudste gegeven over de herberg “ ‘t roede hart” dateert van 1591. Op de 12e juni van dat jaar wordt de schout van Velsen, Huych Fransz, die de herberg al enige tijd bewoont, tevens eigenaar van deze uitspanning.

Interessant bij deze transactie is, dat in de akte als belending aan de westzijde van de herberg wordt aangegeven; “den dijnstal” (vergaderzaal). Deze belangerijke vondst maakt duidelijk waar de dorpsregeerders voor de bouw van het rechthuisje, het oudste stadhuis van Velsen hun vergaderingen hielden.

De herberg ligt aan “het plein” net iets naast de vroegere doorgangsweg van Haarlem naar Alkmaar (de huidige Meervlietstraat). De reizigers, veelal te voet, konden zich daar na een vermoeiende tocht laven en eventueel overnachten. Ook speelt de herberg een belangrijke rol voor de plaatselijke samenleving, als ontmoetingscentrum, tijdens kermissen en voor het afsluiten van belangrijke handelstransacties.

In Velsen verrijzen de buitenplaatsen als paddestoelen uit de grond en met zijn omgeving verwerft het daardoor de onsterfelijke naam “Het zegepralend Kennemerlant”. Er wonen ‘s zomers bijzonder invloedrijke personen binnen Velsens grenzen, zoals de Corvers, de Trippen en de Van Polls. Cornelis van Vliet en zijn vrouw Mensje beheren tijdens deze periode de herberg tot op 7 juni 1748 de herbergier komt te overlijden, zijn vrouw Mensje Gerris de Jong was hem reeds eerder ontvallen. De nabestaanden voelden zich niet geroepen om het bedrijf voort te zetten zodat op 12 juli 1748 om 18.00 uur “Het Roode Hert” publiekelijk werd verkocht aan Pieter Tenhouten voor een bedrag van ƒ 1280, -.

In de 19e eeuw treffen we de weduwe van Dirk Berghuis als tapster aan. Zij laat in de periode van 1832 tot en met 1846 de twee nu nog bestaande huisjes aan de oostkant van de herberg bouwen. Rond 1848 komt door vererving het perceel op naam van Willemijntje Berghuis, weduwe van de timmermansknecht Johannes de Bruyn. Kort daarop werd de zaak opnieuw publiekelijk verkocht.

De nieuwe eigenaar wordt timmerman Jan Floris van de Wateren, die de herberg verbouwt tot winkel. Dit winkelpand is in onze eeuw tot in de zeventiger jaren de kruidenierswinkel van de Familie Bax en later de Familie Bakker.

In 1970 echter vraagt en ontvangt de toenmalige eigenaresse mevrouw Hogenhuys van Rhenen voor het pand aan de Zuiderdorpstraat 15 een restauratiesubsidie met het doel de herberg in ere te herstellen. Op 25 maart 1973 wordt deze door de toenmalige wethouder Ockeloen in gebruik gesteld. De wethouder spreekt daarbij de woorden; “De herberg zal pas dan een succes worden als er veel belangstellenden met zin voor historisch schoon en zin in een hapje en een slokje naar het dorp Velsen komen”.

Sinds deze datum heeft de herberg een aantal eigenaren gekend, allen hebben zij zich ingespannen om het een “goed vertoeven” te maken op deze plek.

Restaurant “Het Roode Hert” is voor ons een droom die werkelijkheid werd. Een droom geboren uit liefde voor het vak van gastheerschap en koken. Volgens ons sluit dit prima aan bij hetgeen zich op deze plek sinds jaar en dag doet plaatsvinden. Wij hopen dat u zult genieten van uw verblijf en de voortzetting van een eeuwenoude traditie door ons in “Het Roode Hert”.

Edwin Roest  & Jeroen van den Bogaerde